Het procesrecht in de praktijk

Het procesrecht in de praktijk

Hoger beroep en fatale termijnen.

Begin deze maand zijn er in de lange reeks van gewezen arresten over het niet (tijdig) indienen van de memorie van grieven weer twee nieuwe arresten gepubliceerd. Zie onder andere ( //bit.ly/2uXNXqq ). Hoger beroep in dagvaardingsprocedures dient binnen de wettelijke appeltermijn door de appellant te worden aangetekend bij appeldagvaarding. Daarbij hoeft echter nog niet inhoudelijk in de appeldagvaarding te worden omschreven wat de gronden (in jargon: grieven) zijn voor het hoger beroep. Deze gronden dienen nl. pas in de memorie van grieven te worden opgenomen. Dit inhoudelijke processtuk dient doorgaans binnen 4 weken na de aanbrengdatum te worden ingediend bij het desbetreffende Gerechtshof.

In het verre verleden kon bij herhaling uitstel worden verkregen voor het indienen van de memorie van grieven. Dat is echter met de komst van het Landelijk procesreglement en de aangescherpte regels voor uitstel niet meer tot in het oneindige mogelijk. Indien de advocaat van de appellant de memorie van grieven niet indient op de ambtshalve peremptoir bepaalde datum, dan is deze te laat. Dit betekent dat akte niet-dienen wordt opgemaakt en het hoger beroep wordt verworpen. Appellant wordt dan ook in de proceskosten veroordeeld. Ook in het geval op het laatste moment de advocaat zich onttrekt en binnen een nieuwe termijn geen nieuwe advocaat wordt gevonden, betekent dit dat het hoger beroep wordt verworpen (zie //bit.ly/2x0k4r9). De consequentie is telkens dat de uitspraak van de rechter in eerste aanleg definitief wordt. Er staan daarna geen rechtsmiddelen meer open.

Wilt u meer weten over hoger beroep of wettelijke termijnen? Neem dan contact met ons op.

 

Comments are closed.