Het handelsrecht in de praktijk

Het handelsrecht in de praktijk

Verhuurders van bedrijfspanden opgelet!

Bij het aangaan van de huurovereenkomst dient goed gelet te worden op de juiste formulering van de bankgarantie, die bij het aangaan van de huurovereenkomst wordt afgegeven door de bank van huurder. Indien de bankgarantie niet duidelijk is geformuleerd loopt de verhuurder het risico de leegstandschade niet te kunnen verhalen in geval van faillissement van de huurder.

De Hoge Raad heeft in haar uitspraak van 17 februari 2017 (zie //uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2017:278) geoordeeld dat een huurbeding waarbij de huurder zich heeft verplicht tot vergoeding van de schade die de verhuurder lijdt bij het voortijdig eindigen van de huurovereenkomst als gevolg van een faillissement van de huurder, niet afdwingbaar is ten opzichte van de faillissementsboedel. Zo’n huurbeding is namelijk afdwingbaar ten opzichte van de huurder zelf.

Indien een bank de nakoming van de vordering ter zake de leegstandschade heeft gegarandeerd dan blijft de bank ten opzichte van de verhuurder gehouden de gegarandeerde schade te voldoen. Dat kan echter anders zijn indien contractueel anders werd bedongen. De bank kan haar regresvordering niet verhalen op de boedel. Indien de bank wel verhaal heeft genomen op de boedel en de curator zich daartegen niet heeft verzet, dan brengt dat niet mee dat de verhuurder ongerechtvaardigd is verrijkt ten laste van de boedel.

Kort en goed. Let er bij het formuleren van de bankgarantie onder meer op wat de grondslagen zijn om de bankgarantie in te mogen roepen.

Comments are closed.